bible.software › Exodus › Exodus 32 › Exodus 32:24
Exodus 32:24
Toen sprak ik tot hen: Wie goud heeft, moet er zich van ontdoen. En ze gaven het mij; ik wierp het in het vuur, en dit kalf kwam er uit.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
And I said unto them, Whosoever hath any gold, let them break it off. So they gave it me: then I cast it into the fire, and there came out this calf.
In Context
23Ze zeiden tot mij: Maak ons een god, die voor ons uittrekt; want we weten niet, wat er met Moses is gebeurd, den man, die ons uit Egypte heeft geleid.
25Toen Moses zag hoe bandeloos het volk was geworden, omdat Aäron de teugels had laten schieten tot leedvermaak van hun vijanden,
Read all of Exodus 32
Cross References
Genesis 3:12De mens antwoordde: De vrouw, die Gij mij tot gezellin hebt gegeven, gaf mij van de boom, en ik at.
Luke 10:29Maar daar hij de schijn wilde redden, sprak hij tot Jesus: En wie is mijn naaste?
This Verse In Other Editions
Study Exodus 32:24