Exodus 39:10
Men bezette haar met vier rijen edelstenen; op de eerste rij: een robijn, een topaas en een smaragd;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
11op de tweede rij: een karbonkel, een saffier en een sardonix;
Cross References
Exodus 28:21Deze stenen moeten beantwoorden aan de namen van Israëls zonen; ze moeten dus evenals hun namen twaalf in getal zijn, en op iedere steen moet de naam van één der twaalf stammen worden gegrift, op dezelfde manier als men een zegel snijdt.
Revelation 21:19De grondvesten van de muur der Stad waren met allerlei kostbare stenen gesierd. De eerste grondvest was jaspis, de tweede saffier, de derde chalcedon, de vierde smaragd,