The Bible Software
bible.software › Exodus › Exodus 4 › Exodus 4:11

Exodus 4:11

Toen sprak Jahweh tot hem: Wie heeft den mens een mond gegeven; wie maakt hem stom of doof, ziende of blind; Ik, Jahweh, niet waar?

De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939

In The King James Version

And the LORD said unto him, Who hath made man’s mouth? or who maketh the dumb, or deaf, or the seeing, or the blind? have not I the LORD?

In Context

10Maar Moses sprak tot Jahweh: Ach, Heer, ik ben helemaal niet welbespraakt, ik ben het vroeger nooit geweest, en ben het ook nu nog niet, al hebt Gij tot uw dienaar gesproken; ik ben slechts een stamelaar.

12Ga dus; Ik zal u in het spreken bijstaan en u ingeven, wat ge moet zeggen.

Read all of Exodus 4

Cross References

Genesis 18:14Is er dan iets te moeilijk voor Jahweh? Over een jaar om deze tijd kom Ik bij u terug, en dan heeft Sara een zoon.

Psalms 94:9Zou Hij het niet horen, die het oor heeft geplant, Niet zien, die het oog heeft geschapen;

Proverbs 20:12Een oor dat hoort, en een oog dat ziet: Jahweh heeft ze beide gemaakt.

Isaiah 35:5Dan worden de ogen der blinden ontsloten, En de oren der doven gaan open;

Jeremiah 1:6Ik zeide: Ach, Jahweh, mijn Heer: Zie, ik kan nog niet spreken, Ik ben maar een kind!

Ezekiel 3:26Uw tong zal Ik vastkleven aan uw verhemelte, zodat ge stom wordt, en voor hen geen strafprediker meer kunt zijn; want ze zijn een onhandelbaar volk.

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)Polish Biblia Gdanska (1881)Statenvertaling (Nederlands)

Study Exodus 4:11

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)
← Exodus 4:10Exodus 4Exodus 4:12 →