Exodus 8:29
Moses antwoordde: Zie, ik ga van u weg, en zal bidden tot Jahweh; morgen zullen Farao, zijn hof en zijn volk van de horzels zijn verlost. Maar laat Farao niet opnieuw ons bedriegen, door het volk toch niet te laten gaan, om Jahweh offers te brengen.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
30Moses ging dus van Farao heen, en bad Jahweh voor hem.
Cross References
Exodus 8:8Toen riep Farao Moses en Aäron en zeide: Bidt Jahweh, dat Hij mij en mijn volk van de kikkers verlost; dan zal ik het volk laten gaan, om een offer aan Jahweh te brengen.
Psalms 66:3En zeg tot God: Hoe ontzaglijk uw werken! Om uw almacht moeten uw vijanden U vleien,
Jeremiah 42:20Zelf hebt ge mij tot Jahweh, uw God, gezonden, en gezegd: Smeek voor ons tot Jahweh, onzen God; verkondig ons al wat Jahweh, onze God, zal zeggen; en wij zullen er naar handelen.
Galatians 6:7Bedriegt u niet: God laat niet met Zich spotten. Wat de mens zaait, zal hij ook oogsten;