bible.software › Exodus › Exodus 8 › Exodus 8:30
Exodus 8:30
Moses ging dus van Farao heen, en bad Jahweh voor hem.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
And Moses went out from Pharaoh, and intreated the LORD.
In Context
29Moses antwoordde: Zie, ik ga van u weg, en zal bidden tot Jahweh; morgen zullen Farao, zijn hof en zijn volk van de horzels zijn verlost. Maar laat Farao niet opnieuw ons bedriegen, door het volk toch niet te laten gaan, om Jahweh offers te brengen.
31En Jahweh verhoorde het gebed van Moses: Farao, zijn hof en zijn volk werden van de horzels verlost; geen een bleef er over.
Read all of Exodus 8
Cross References
Exodus 9:33Toen Moses van Farao was heengegaan, en buiten de stad was gekomen, strekte hij zijn handen tot Jahweh uit. Het onweer en de hagel hielden op, en er stroomde geen regen meer op de aarde.
This Verse In Other Editions
Study Exodus 8:30