Ezechiël 1:3
werd het woord van Jahweh gericht tot Ezekiël, den zoon van den priester Boezi, in het land der Chaldeën aan de Kebar-rivier. Daar raakte de hand van Jahweh mij aan;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
2Op de vijfde der maand, het was het vijfde jaar van koning Jojakims verbanning,
Cross References
2 Kings 3:15Doch haalt mij nu maar een citerspeler. Zodra de citerspeler begon te tokkelen, kwam de hand van Jahweh op Eliseüs.
Jeremiah 1:2Tot hem werd het woord van Jahweh gericht in het dertiende jaar der regering van Josias, den zoon van Amon en koning van Juda.
Jeremiah 29:15Waarachtig, dan zult ge zeggen: Jahweh heeft ons in Babel profeten verwekt!
Ezekiel 3:14Een geest hief mij omhoog en nam mij mee, en bitter en grimmig ging ik heen, terwijl de hand van Jahweh zwaar op mij woog.
Ezekiel 3:22Eens raakte daar de hand van Jahweh mij aan, en Hij sprak tot mij: Sta op, en ga naar de vallei: daar zal Ik met u spreken.
Ezekiel 8:1In het zesde jaar, de vijfde van de zesde maand, was ik in mijn huis, en zaten Juda’s ouden voor mij, toen daar de hand van Jahweh op mij kwam.