Ezechiël 14:11
Zo zal het huis van Israël niet langer van Mij afdwalen, en zich door al zijn wandaden niet langer bezoedelen; maar zij zullen Mij een volk, en Ik voor hen een God zijn, spreekt Jahweh, de Heer.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
10Beiden zullen zij schuldig zijn: de vrager zal even schuldig zijn als de profeet.
12Dit woord van Jahweh werd tot mij gericht:
Cross References
Genesis 17:7Ik zal mijn Verbond gestand doen tussen Mij en u, En uw zaad na u, Van geslacht tot geslacht, als een eeuwig Verbond: Uw God zal Ik zijn, en van uw kroost na u!
Deuteronomy 19:20de anderen zullen het horen en vrezen, en nooit meer een dergelijk kwaad in uw midden bedrijven.
Isaiah 9:16Die dit volk moesten leiden, zijn zijn verleiders, Die geleid moesten worden, zijn op een doolweg gebracht.
Jeremiah 23:15Daarom zegt Jahweh der heirscharen Over die profeten: Zie, Ik spijs ze met alsem, En drenk ze met gif; Want van Jerusalems profeten Komt het bederf over het hele land!
Jeremiah 32:38Dan zullen zij mijn volk, en Ik zal hun God zijn;
Ezekiel 11:18Ze zullen daar terugkeren, en al zijn gruwelen en zijn schandgoden daaruit verwijderen.