bible.software › Ezechiël › Ezechiël 20 › Ezechiël 20:29
Ezechiël 20:29
En Ik sprak tot hen: Wat moet die hoogte, waar gij heen gaat? Daarom heet die nu nog “bama”.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Then I said unto them, What is the high place whereunto ye go? And the name thereof is called Bamah unto this day.
In Context
28Want toen Ik hen naar het land had geleid, dat Ik hun met opgestoken hand beloofd had te geven, en ze al de hoge heuvels zagen en al de schaduwrijke bomen, slachtten ze daar hun offers, brachten daar hun ergerlijke geschenken, ontstaken daar hun welriekend offervuur, en plengden daar hun drankoffers.
30Zeg daarom tot het huis van Israël: Zo spreekt Jahweh, de Heer! Verontreinigt gij u soms niet op dezelfde manier als uw vaderen; loopt ook gij hun gruwelbeelden niet achterna; hebt ge u niet aan al uw schandgoden tot de dag van heden verontreinigd,
Read all of Ezechiël 20
Cross References
Ezekiel 16:31dat ge uw bordeel hebt gebouwd op elke straathoek, aan elke weg uw kraam hebt geopend, en toch geen echte deerne waart, die het enkel voor geld doet.
This Verse In Other Editions
Study Ezechiël 20:29