Ezechiël 26:2
Mensenkind, omdat Tyrus over Jerusalem uitriep: Haha! opengebroken Is de poort der volken; Aan mij gaat over, Heel zijn heerlijkheid!
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
1In het elfde jaar, op de eerste van de maand, werd het woord van Jahweh tot mij gericht:
Cross References
2 Samuel 5:11Daarom zond Chirom, de koning van Tyrus, gezanten tot David; ook cederhout, timmerlieden en steenhouwers, om voor David een paleis te bouwen.
Psalms 40:15En verstarren van schaamte, Die tot mij roepen: “Ha, ha!”
Psalms 70:3En verstarren van schaamte, Die tot mij roepen: “Ha, ha!”
Psalms 83:7En Gebal, Ammon en Amalek, Filistea met de bewoners van Tyrus,
Jeremiah 25:22alle koningen van Tyrus, alle koningen van Sidon met de koningen van het kustgebied aan de andere kant van de zee;
Jeremiah 47:4Omdat de dag is gekomen, Waarop alle Filistijnen worden verdelgd. Beroofd worden Tyrus en Sidon Van hun laatste helpers; Want Jahweh gaat de Filistijnen vernielen, Het overschot van het kustland van Kaftor.