Ezechiël 32:2
Mensenkind, ge moet een klaagzang aanheffen over Farao, den koning van Egypte, en tot hem zeggen: Ge waart als een krokodil in de wateren, Ge liet ze uit uw neusgaten spuiten; Met uw poten hebt ge het water bevuild, Al zijn stromen drabbig gemaakt.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
1In het twaalfde jaar, op de eerste van de twaalfde maand, werd het woord van Jahweh tot mij gericht.
Cross References
Numbers 24:9Hij kromt zich, vlijt zich neer als een leeuw, En als een leeuwin; wie durft hem wekken? Die u zegenen, zijn gezegend, Die u vervloeken, vervloekt!
Psalms 74:13Gij hebt de zee opgezweept door uw kracht, Op het water de schedels der draken verpletterd;
Proverbs 30:30Een leeuw, de held onder de dieren, Voor niets schrikt hij terug;
Isaiah 51:9Op, arm van Jahweh; op, en bekleed u met kracht, Op, als van ouds, als in vroegere tijden! Waart gij het niet, die Ráhab vanéén spleet, En het monster doorboorde;
Jeremiah 9:18Laat ze een klaaglied over ons jammeren, Dat onze ogen stromen van tranen, Onze wimpers druipen van water.
Ezekiel 19:1Ge moet een klaagzang aanheffen over de vorsten van Israël, en