Ezechiël 34:2
Mensenkind, ge moet profeteren tegen de herders van Israël. Profeteer en zeg tot de herders: Zo spreekt Jahweh, de Heer! Wee de herders van Israël, die alleen zichzelven weidden! Of moeten de herders hun schápen niet weiden?
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
1Het woord van Jahweh werd tot mij gericht:
Cross References
2 Samuel 5:2Reeds vroeger, toen Saul nog koning over ons was, waart gij het, die Israël te velde deed trekken en terugbracht. En tot u heeft Jahweh gezegd: “Gij zult mijn volk Israël weiden; gij zult de leider van Israël zijn!”
Psalms 78:72Hij heeft ze geweid, rechtschapen van hart, En met bekwame hand ze geleid!
Isaiah 56:11Vratige, nooit verzadigde honden, Dat zijn de leiders, die achteloos zijn, Die hun eigen weg zoeken, allemaal, Hun eigen belang, tot den laatste toe.
Jeremiah 3:15U herders geven naar mijn hart, Die u weiden met kennis en wijsheid.
Jeremiah 12:10Een bende herders heeft mijn wijngaard vernield, Mijn erfdeel vertrapt, Mijn kostelijke akker In een woeste steppe veranderd.
Ezekiel 13:19Ge hebt Mij bij mijn volk ontwijd voor een handvol gerst en voor een paar korsten brood, door zielen te doden die niet mochten sterven, en zielen in leven te houden, die niet mochten leven, door mijn volk te misleiden, dat naar leugens luistert.