Ezechiël 38:2
Mensenkind, ge moet uw gelaat richten naar Gog in het land Magog, den grootvorst van Mésjek en Toebal. Profeteer tegen hem,
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
1Het woord van Jahweh werd tot mij gericht:
3en zeg: Zo spreekt Jahweh, de Heer! Ik kom naar u toe, Gog, grootvorst van Mésjek en Toebal.
Cross References
1 Chronicles 1:5De zonen van Jáfet waren: Gómer, Magog, Madai, Jawan, Toebal, Mésjek en Tiras.
Ezekiel 2:1Hij zeide tot mij: Mensenkind, ga recht overeind staan, dan zal Ik met u spreken.
Ezekiel 20:46Mensenkind, wend uw gelaat naar het zuiden, en laat uw woord kletteren tegen het zuiden; profeteer tegen het woud in het zuiden,
Ezekiel 27:13Jawan, Toebal en Mésjek dreven handel met u: slaven en koperwaren gaven ze u in ruil.
Ezekiel 35:2Mensenkind, ge moet uw gelaat richten naar het Seïr-gebergte; profeteer ertegen,
Ezekiel 39:1Mensenkind, ge moet over Gog profeteren en zeggen: Zo spreekt Jahweh, de Heer! Ik kom naar u toe, Gog, grootvorst van Mésjek en Toebal.