Ezechiël 41:16
waren betimmerd, en schuin toelopende vensters lieten aan alle kanten licht toe in de drie ruimten. Aan alle kanten was er een houtbetimmering, van de grond tot de vensters. De vensters waren met tapijten bedekt; ook voor de toegang naar het Inwendige hing aan de buitenkant een tapijt.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
17Op de gehele wand waren aan alle kanten, van binnen en van buiten,
Cross References
1 Kings 6:4Verder maakte hij in de tempel vensters met tralieramen.
2 Chronicles 3:5De grote ruimte liet hij met cypressenhout beschieten, dat met zuiver goud was bekleed, waarop slingers waren aangebracht.
Ezekiel 40:16In de poort waren in de nissen en hun muurvlakken aan weerszijden vensters, die naar binnen toe schuin toeliepen. Zo waren er ook in de voorhal aan weerszijden vensters, naar binnen toe schuin toelopend; en op de muurvlakken waren palmen aangebracht.
Ezekiel 41:25op de deuren van het Heilige waren cherubs en palmen aangebracht, juist zoals op de wanden.
Haggai 1:4Is het dan wel de tijd voor u, om in betimmerde huizen te wonen, terwijl dit huis nog in puin ligt?