Ezra 2:40
De levieten: de zonen van Jesjóea, Kadmiël en Hodawja telden vier en zeventig man.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
The Levites: the children of Jeshua and Kadmiel, of the children of Hodaviah, seventy and four.
In Context
39de zonen van Charim, duizend zeventien.
41De zangers: de zonen van Asaf telden honderd acht en twintig man.
Cross References
Ezra 8:33werden op de vierde dag in het huis van onzen God het zilver, goud en het vaatwerk gewogen, en den priester Meremot, den zoon van Oeri-ja ter hand gesteld, in tegenwoordigheid van Elazar, den zoon van Pinechas, en van de levieten Jozabad, den zoon van Jesjóea, en Noadja, den zoon van Binnoej.
Nehemiah 12:8Dit waren de levieten: Jesjóea, Binnoej, Kadmiël, Sjerebeja, Jehoeda en Mattanja, die met zijn broeders de leiding had bij het lofgezang.