Ezra 7:5
zoon van Abisjóea, zoon van Pinechas, zoon van Elazar, zoon van den hogepriester Aäron.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
The son of Abishua, the son of Phinehas, the son of Eleazar, the son of Aaron the chief priest:
In Context
4zoon van Zerachja, zoon van Oezzi, zoon van Boekki,
Cross References
Leviticus 10:6Tot Aäron en zijn zonen Elazar en Itamar zei Moses: Bindt uw haren niet los en scheurt uw klederen niet; anders sterft gij, en barst zijn toorn los tegen heel de gemeenschap. Uw broeders, het hele huis van Israël, mogen de brand bewenen, die Jahweh ontstak;
Leviticus 10:16Toen Moses een onderzoek instelde naar den bok van het zondeoffer, en het bleek, dat deze verbrand was, werd hij vertoornd op Elazar en Itamar, de nog levende zonen van Aäron, en zeide:
Numbers 20:25Neem Aäron en zijn zoon Elazar met u mee, en laat ze de berg Hor bestijgen.
Numbers 27:2Zij plaatsten zich voor Moses en den priester Elazar, en voor de aanvoerders en heel de gemeenschap bij de ingang van de openbaringstent en zeiden:
Numbers 31:31Moses en de priester Elazar deden, wat Jahweh Moses bevolen had.
Joshua 14:1Dit zijn de erfdelen, die de Israëlieten in het land Kanaän hebben ontvangen, en die de priester Elazar en Josuë, de zoon van Noen, met de familiehoofden der stammen aan de Israëlieten hebben toegewezen.