Ezra 8:33
werden op de vierde dag in het huis van onzen God het zilver, goud en het vaatwerk gewogen, en den priester Meremot, den zoon van Oeri-ja ter hand gesteld, in tegenwoordigheid van Elazar, den zoon van Pinechas, en van de levieten Jozabad, den zoon van Jesjóea, en Noadja, den zoon van Binnoej.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
32Zo kwamen wij te Jerusalem aan. En nadat wij er drie dagen rust hadden genomen,
34Alles werd geteld en gewogen, en het hele gewicht werd opgetekend.
Cross References
Ezra 2:40De levieten: de zonen van Jesjóea, Kadmiël en Hodawja telden vier en zeventig man.
Ezra 8:30Toen namen de priesters en levieten het afgewogen zilver en goud en de vaten in ontvangst, om ze naar Jerusalem te brengen, naar de tempel van onzen God.
Nehemiah 3:4Naast hen bouwde Meremot, de zoon van Oeri-ja, zoon van Hakkos; naast hem Mesjoellam, de zoon van Berekja, zoon van Mesjezabel; daarnaast Sadok, de zoon van Baäna.
Nehemiah 3:24Vervolgens bouwde Binnoej, de zoon van Chenadad, een ander gedeelte van het huis van Azarja af tot aan de hoek van het terras;
Nehemiah 10:5Charim, Meremot, Obadja,
Nehemiah 10:10met hun broeders Sjebanja, Hodi-ja, Kelita, Pelaja, Chanan,