Genesis 1:9
God sprak: Het water onder de hemel moet samenvloeien naar één plaats, zodat het droge te voorschijn komt. Zo geschiedde.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
8het uitspansel noemde God hemel. Weer werd het avond en morgen: de tweede dag.
10Het droge noemde God aarde, het saamgevloeide water noemde Hij zee. En God zag, dat het goed was.
Cross References
Job 26:7Hij spant het Noorden over de baaierd, Hangt de aarde boven het niet;
Job 38:8Wie heeft de zee achter deuren gesloten, Toen zij bruisend uit de moederschoot kwam;
Psalms 24:2Want Hij heeft ze op de zeeën gegrond, En geplant op de stromen.
Psalms 95:5Van Hem is de zee, Hij heeft ze geschapen, Het vaste land, dat zijn hand heeft gemaakt!
Psalms 104:5Gij hebt de aarde op haar pijlers gegrond, Zodat ze voor eeuwig niet wankelt.
Proverbs 8:28Toen Hij daarboven de wolken bevestigde, En de bronnen van de oceaan begonnen te stromen;