Genesis 10:6
De zonen van Cham zijn Koesj, Egypte, Poet en Kanaän.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
And the sons of Ham; Cush, and Mizraim, and Phut, and Canaan.
In Context
Cross References
Genesis 5:32Noë was vijfhonderd jaar oud, toen hij Sem, Cham en Jáfet verwekte.
Genesis 9:22Toen Cham, de vader van Kanaän, de schaamte van zijn vader zag, ging hij het buiten aan zijn twee broers vertellen.
1 Chronicles 4:40Inderdaad vonden ze een malse en geschikte weidegrond. Het land was ruim genoeg, vreedzaam en welvarend; want de vroegere bewoners stamden van Cham.
Psalms 105:23Trok Israël Egypte binnen, Werd Jakob gast in het land van Cham.
Psalms 106:22Wonderwerken in het land van Cham, Ontzaglijke daden bij de Rode Zee.
Jeremiah 46:9Paarden vooruit; wagens raast door, De helden naar voren: Ethiopiërs en Poetiërs, het schild in de hand, Lydiërs, de bogen gespannen en gericht!