The Bible Software
bible.software › Genesis › Genesis 11 › Genesis 11:6

Genesis 11:6

Want Jahweh sprak: Zie, zij vormen één volk en spreken één taal. En dit is nog maar het begin van hun doen; later zal men niets meer kunnen beletten van al wat zij van plan zijn.

De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939

In The King James Version

And the LORD said, Behold, the people is one, and they have all one language; and this they begin to do: and now nothing will be restrained from them, which they have imagined to do.

In Context

5Maar Jahweh daalde neer, om de stad en de toren eens te bezien, die de mensenkinderen bouwden.

7Kom, laat ons afdalen, en daar beneden hun spraak in verwarring brengen, zodat zij elkanders taal niet meer verstaan.

Read all of Genesis 11

Cross References

Genesis 6:5Toen Jahweh dan zag, hoe groot op aarde het bederf onder de mensen was geworden, en zij enkel maar zonnen op slechte dingen,

Genesis 9:19Dit waren de drie zonen van Noë, en door hen werd de hele aarde bevolkt.

Judges 10:14Gaat de goden maar aanroepen, die ge u gekozen hebt; laat diè u maar redden, als gij verdrukt wordt.

Psalms 2:1Waarom razen de volken, Bluffen de naties,

Luke 1:51Hij toont de kracht van zijn arm, En slaat de trotsen van harte uiteen.

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)Polish Biblia Gdanska (1881)Statenvertaling (Nederlands)

Study Genesis 11:6

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)
← Genesis 11:5Genesis 11Genesis 11:7 →