Genesis 12:8
Vandaar reisde hij verder naar het bergland ten oosten van Betel, en sloeg zijn tent op tussen Betel ten westen en Ai ten oosten; daar bouwde hij een altaar voor Jahweh, en riep de naam van Jahweh aan.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
9Daarna trok Abram steeds verder naar het zuiden.
Cross References
Genesis 4:26Ook Set werd een zoon geboren, dien hij Enos noemde; en deze begon de naam van Jahweh aan te roepen.
Genesis 13:4en waar hij vroeger een altaar had gebouwd; daar riep Abram de naam van Jahweh aan.
Genesis 26:25Daarom bouwde hij daar een altaar, en riep de naam van Jahweh aan. Isaäk sloeg er zijn tent op, en zijn knechten groeven er een put.
Genesis 31:25Laban had Jakob ingehaald, toen deze zijn tent had gespannen in het gebergte: en nadat ook Laban zijn tent in het gebergte Gilad had opgeslagen,
Genesis 35:3Dan trekken we naar Betel op, waar ik een altaar zal bouwen voor den God, die mij heeft verhoord op de dag van mijn ellende, en die met mij was op de weg, die ik ging.
Genesis 35:15En Jakob noemde de plaats, waar God met hem had gesproken, Betel.