Genesis 16:13
Toen noemde zij Jahweh, die met haar had gesproken: “Gij zijt een God, dien ik zie”. Want ze zeide: Waarachtig, ik heb God gezien; en ik leef nog, nadat ik gezien heb.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
14Die put heet daarom de put Lachai-Roï; hij ligt tussen Kadesj en Béred.
Cross References
Genesis 16:9De engel van Jahweh sprak toen tot haar: Keer terug naar uw meesteres, en verneder u voor haar.
Genesis 28:17Hij werd met ontzetting vervuld, en sprak: Hoe ontzagwekkend is deze plaats; dit is het huis van God en de poort van de hemel.
Genesis 32:30Jakob noemde die plaats Penoeël; want ik heb God gezien van aanschijn tot aanschijn, en ben toch in leven gebleven!
Exodus 33:18Nu vroeg Moses: Laat mij dan uw Glorie aanschouwen.
Judges 6:24Toen bouwde Gedeon een altaar voor Jahweh, en noemde het Jahweh-Sjalom. Tot op heden staat het er nog in Ofra van Abiézer.
Proverbs 5:21Voor de ogen van Jahweh liggen de wegen van iedereen open, Hij let op de paden van allen: