Genesis 17:19
Toen sprak God: Neen: Sara uw vrouw zal u een zoon baren, En Isaäk zult ge hem noemen. Met hem zal Ik mijn Verbond gestand doen voor eeuwig: Zijn God zal Ik zijn, en van zijn kinderen na hem.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
18Daarom zei Abraham tot God: Moge Jisjmaël voor uw aanschijn leven.
Cross References
Genesis 16:11Nog sprak de engel van Jahweh tot haar: Zie, ge zijt zwanger; een zoon zult ge baren, En hem de naam van Jisjmaël geven; Want Jahweh heeft naar uw schreien gehoord.
Genesis 18:10Toen zeide Hij: Als Ik over een jaar om deze tijd bij u terugkom, zal uw vrouw Sara een zoon hebben. Sara stond achter hem te luisteren bij de opening van de tent.
Genesis 21:3Abraham noemde den zoon, die hem was geboren, en dien Sara hem geschonken had, Isaäk.
Genesis 26:3Vestig u in dit land, en Ik zal met u zijn en u zegenen; want aan u en uw geslacht zal Ik al deze landen geven, en Ik zal de eed, die Ik uw vader Abraham gezworen heb, gestand doen.
Luke 1:13Maar de engel sprak tot hem: Vrees niet, Zakarias, want uw gebed is verhoord; Elisabet, uw vrouw, zal u een zoon schenken, en ge zult hem Johannes noemen.
Galatians 4:28Welnu, broeders, gij zijt als Isaäk, kinderen der Belofte.