Genesis 22:3
De volgende morgen zadelde Abraham zijn ezel, ontbood twee van zijn knechten en zijn zoon Isaäk, en kloofde brandhout voor het offer. Toen trok hij op, en ging naar de plaats, die God hem genoemd had.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
4De derde dag sloeg Abraham zijn ogen op, en zag de plaats in de verte.
Cross References
Genesis 21:14Daarom nam Abraham de volgende morgen brood en een zak water, gaf ze aan Hagar, zette het kind op haar schouder, en zond haar weg. Zij ging heen, maar verdwaalde in de woestijn van Beër-Sjéba.
Psalms 119:60Ik haast mij, zonder ooit te talmen, Om uw geboden te onderhouden;
Isaiah 26:3Gij schenkt het een heerlijke vrede, Omdat het op U heeft gehoopt.
Mark 10:28Nu nam Petrus het woord, en zei: Zie, wij hebben alles verlaten, en zijn U gevolgd.
Galatians 1:16opdat ik Hem onder de heidenen zou verkondigen, —toen ben ik van de aanvang af niet bij vlees en bloed te rade gegaan,
Hebrews 11:17Door het geloof heeft Abraham, toen hij op de proef werd gesteld, Isaäk opgeofferd en zijn ééngeborene opgedragen,