Genesis 25:5
Abraham gaf alles, wat hij bezat aan Isaäk.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
And Abraham gave all that he had unto Isaac.
In Context
Cross References
Genesis 24:36En Sara, de vrouw van mijn meester, heeft mijn heer een zoon gebaard, toen ze reeds oud was; en aan hem heeft hij heel zijn bezit vermaakt.
Matthew 11:27Alles is Mij door mijn Vader in handen gegeven. En niemand kent den Zoon, dan de Vader alleen; en niemand kent den Vader, dan de Zoon alleen, en hij, aan wien de Zoon het openbaren wil.
John 3:35De Vader bemint den Zoon, en heeft Hem alles in handen gegeven. —
Romans 8:17Zijn we kinderen, dan zijn we erfgenamen tevens; erfgenamen van God, en medeërfgenamen van Christus, zo we met Hem lijden, om ook met Hem verheerlijkt te worden.
Romans 9:7en niet allen zijn kinderen, omdat ze zijn uit Abrahams geslacht. Integendeel: “Het kroost van Isaäk zal uw kroost worden genoemd,”
Galatians 3:29en wanneer gij Christus toebehoort, dan zijt gij ook het kroost van Abraham en erfgenamen volgens Belofte.