Genesis 26:14
Hij had talrijke schapen en runderen en een groot aantal slaven, zodat de Filistijnen afgunstig op hem werden.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
13De man werd al rijker en rijker, totdat hij grote overvloed bezat.
Cross References
Genesis 13:2Abram was zeer rijk aan vee, aan zilver en goud.
1 Samuel 18:9En van die dag af was Saul jaloers op David.
Job 5:2Het is dus de wrevel, die den dwaas vermoordt, De gramschap doodt dus den zot.
Psalms 112:3Welvaart en rijkdom bewonen zijn huis, En zijn gerechtigheid houdt in eeuwigheid stand;
Psalms 144:13Onze schuren gevuld, Boordevol van allerlei vrucht; Onze schapen bij duizenden werpend,
Proverbs 27:4Wreed is de wraak, een stortvloed de toorn; Maar wie houdt het uit voor de jaloezie?