Genesis 27:24
sprak hij nog: Ge zijt toch wezenlijk mijn zoon Esau? Hij antwoordde: Ja, dat ben ik.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
And he said, Art thou my very son Esau? And he said, I am.
In Context
Cross References
1 Samuel 21:13stelde hij zich openlijk als een waanzinnige aan, en deed hij als een dolleman, toen ze hem grepen. Hij trommelde op de poortdeuren en kwijlde in zijn baard,
2 Samuel 14:5De koning vroeg haar wat er aan scheelde. Zij hernam: Ach, ik ben een weduwvrouw. Toen mijn man stierf,
Job 13:7Moogt gij leugens spreken, om God te believen, Ter wille van Hem onwaarheid zeggen;
Proverbs 12:19Het woord der waarheid houdt eeuwig stand, Een leugentong slechts een ogenblik.
Proverbs 30:8Onwaarheid en leugentaal, Houd ze verre van mij! Geef mij armoede noch rijkdom, Maar schenk mij het voedsel, dat ik nodig heb,
Romans 3:7Of wanneer door mijn leugen Gods waarachtigheid nog scherper uitkomt tot zijn glorie, waarom zou ik dan nog als zondaar worden geoordeeld?