bible.software › Genesis › Genesis 27 › Genesis 27:32
Genesis 27:32
Zijn vader Isaäk sprak tot hem: Wie zijt gij? Hij antwoordde: Ik ben uw zoon Esau, uw eerstgeborene.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
And Isaac his father said unto him, Who art thou? And he said, I am thy son, thy firstborn Esau.
In Context
31Ook hij maakte een smakelijke schotel gereed, bracht die naar zijn vader, en sprak tot zijn vader: Kom overeind zitten, vader, en eet van het wild van uw zoon; dan kunt ge me zegenen.
33Hevig ontsteld vroeg Isaäk: Maar wie was het dan, die het wild heeft geschoten en het mij heeft gebracht, zodat ik voor uw komst reeds volop heb gegeten? Dien heb ik gezegend, en hij blijft gezegend!
Read all of Genesis 27
Cross References
Genesis 27:18Nu ging hij naar zijn vader en sprak: Vader! Deze antwoordde: Ja, mijn jongen, wie zijt ge?
This Verse In Other Editions
Study Genesis 27:32