Genesis 29:4
Jakob sprak hen aan: Broeders, waar komt gij vandaan? Zij antwoordden: Wij zijn van Charan.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
And Jacob said unto them, My brethren, whence be ye? And they said, Of Haran are we.
In Context
5Hij vervolgde: Kent gij dan Laban, den zoon van Nachor? Zij zeiden: Ja!
Cross References
Genesis 24:10Nu nam de dienaar tien kamelen uit de kudde van zijn meester, pakte allerlei kostbaarheden van zijn meester bijeen, trok op en reisde naar Aram-Naharáim, naar de stad van Nachor.
Genesis 28:10Toen Jakob van Beër-Sjéba was afgereisd en naar Charan trok,
Acts 7:4Toen vertrok hij uit het land der Chaldeën, en vestigde zich te Charán. En van daar deed Hij hem, na de dood van zijn vader, naar dit land verhuizen, dat gij nu bewoont.