The Bible Software
bible.software › Genesis › Genesis 29 › Genesis 29:8

Genesis 29:8

Ze zeiden: Dat kunnen we niet, voordat alle kudden bijeen zijn; dan wordt de steen van de put gewenteld, en kunnen we het vee te drinken geven.

De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939

In The King James Version

And they said, We cannot, until all the flocks be gathered together, and till they roll the stone from the well’s mouth; then we water the sheep.

In Context

7Toen hernam hij: Het is nog volop dag, en nog lang geen tijd, om de kudden bijeen te drijven; geeft dus de kudden te drinken, en laat ze nog grazen.

9Nog was hij met hen in gesprek, toen Rachel naderde met de kudde van haar vader; want zij was een herderin.

Read all of Genesis 29

Cross References

Genesis 34:14Ze zeiden: Wij kunnen daar niet op ingaan; we mogen onze zuster niet aan een onbesnedene geven, want dat is een schande voor ons.

Mark 16:3En ze zeiden tot elkander: Wie zal ons de steen wegrollen voor de ingang van het graf?

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)Polish Biblia Gdanska (1881)Statenvertaling (Nederlands)

Study Genesis 29:8

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)
← Genesis 29:7Genesis 29Genesis 29:9 →