Genesis 30:11
En Lea zeide: Wat een weelde! En ze noemde hem Gad.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
And Leah said, A troop cometh: and she called his name Gad.
In Context
10Ook Zilpa, de slavin van Lea, baarde Jakob een zoon.
12Nog baarde Zilpa, de slavin van Lea, Jakob een zoon.
Cross References
Genesis 46:16De zonen van Gad waren: Sifjon, Chaggi, Sjoeni, Esbon, Eri, Arodi en Areli.
Deuteronomy 33:20Over Gad sprak hij: Gezegend Hij, die Gad ruimte verschaft, Zodat hij zich neervlijt als een leeuwin, En arm en schedel verscheurt,