Genesis 30:20
Nu sprak Lea: God heeft mij een mooi geschenk gegeven; nu zal mijn man wel bij me blijven, want ik heb hem zes zonen gebaard. En ze noemde hem Zabulon.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
19Wederom werd Lea zwanger, en baarde Jakob een zesden zoon.
21Daarna baarde ze nog een dochter, die ze Dina noemde.
Cross References
Genesis 30:15Maar zij gaf haar ten antwoord: Is het al niet genoeg, dat ge mij mijn man hebt ontstolen; wilt ge me nu ook nog de appeltjes van mijn zoon ontroven? Rachel zeide: Dan mag hij vannacht bij u slapen, in ruil voor de appeltjes van uw zoon.
Genesis 46:14De zonen van Zabulon: Séred, Elon en Jachleël.
Deuteronomy 27:13en Ruben, Gad, Aser, Zabulon, Dan en Neftali op de berg Ebal voor de vervloeking.
Judges 5:14Aanvoerders uit Efraïm staan in de vlakte, Uw broeder Benjamin onder uw drommen. Uit Makir komen de leiders aan, Uit Zabulon die de bevelstaf zwaaien;
Matthew 4:13En nadat Hij Názaret had verlaten. kwam Hij te Kafárnaum wonen bij het meer, in het gebied van Zábulon en Néftali;