bible.software › Genesis › Genesis 34 › Genesis 34:28
Genesis 34:28
Hun schapen, hun runderen en ezels, met alles wat in de stad was of wat op het land stond, roofden ze weg.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
They took their sheep, and their oxen, and their asses, and that which was in the city, and that which was in the field,
In Context
27Nadat de zonen van Jakob zo de zieken hadden overvallen, plunderden ze de stad, omdat men hun zuster had onteerd.
29Al hun bezittingen met alle kinderen en vrouwen voerden ze mee, en alles wat in de huizen was, maakten ze buit.
Read all of Genesis 34
Cross References
Deuteronomy 8:17En zo gij mocht menen: Mijn eigen kracht en mijn sterke hand hebben mij deze rijkdom verworven:
Job 20:5Het gejuich van den boze slechts korte tijd duurt, De vreugde van den goddeloze een ogenblik?
This Verse In Other Editions
Study Genesis 34:28