Genesis 38:26
Juda herkende ze en sprak: Zij is tegenover mij in haar recht; want ik heb haar niet aan mijn zoon Sjela gegeven. Maar hij hield verder geen gemeenschap met haar.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
27Toen de tijd van haar verlossing nabij was, bleek er een tweeling in haar schoot te zijn.
Cross References
Genesis 4:1De mens had gemeenschap met Eva, zijn vrouw; zij werd zwanger, baarde Kaïn, en sprak: Met de hulp van Jahweh heb ik een mannelijk kind ter wereld gebracht.
Genesis 38:14Nu legde zij haar weduwkleed af, hulde zich in een sluier, en ging vermomd bij de poort van Enáim zitten, dat op de weg naar Timna ligt. Want zij wist, dat Sjela groot was geworden, en zij hem toch niet tot vrouw werd gegeven.
1 Samuel 24:18Vandaag hebt gij getoond, dat ge mij goed gezind zijt. Jahweh heeft mij in uw macht gegeven, en ge hebt mij niet gedood.
2 Samuel 20:3Toen David in zijn paleis te Jerusalem was teruggekeerd, liet de koning de tien bijvrouwen, die hij achtergelaten had, om het paleis te bewaken, in een huis van bewaring zetten; hij onderhield ze wel, maar had geen gemeenschap met haar, zodat ze tot haar dood als onbestorven weduwen bleven opgesloten.
Job 4:5Maar nu het ú overkomt, nu zijt ge verslagen, Nu het ú treft, verbijsterd!
Job 34:32Onderricht mij, totdat ik tot inzicht kom; Heb ik misdaan, ik doe het niet meer!