Genesis 46:10
De zonen van Simeon: Jemoeël, Jamin, Ohad, Jakin, Sóchar en Sjaoel, de zoon van een kanaänietische vrouw.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
9De zonen van Ruben waren Chanok, Palloe, Chesron en Karmi.
11De zonen van Levi: Gersjon, Kehat en Merari.
Cross References
Genesis 28:1Toen riep Isaäk Jakob, zegende hem, en beval hem: Neem geen vrouw uit de kanaänietische meisjes.
Genesis 34:25Maar op de derde dag, toen zij met wondkoorts lagen, grepen Simeon en Levi, de twee zonen van Jakob en broers van Dina, hun zwaard, overvielen de stad, die zich in veiligheid waande en vermoordden alle mannen.
Genesis 49:5Simeon en Levi, echte broers: List en geweld zijn hun zwaarden:
Numbers 1:6voor Simeon Sjeloemiël, de zoon van Soerisjaddai;
Numbers 2:12Daarnaast legerde zich de stam van Simeon; de aanvoerder der Simeonieten was Sjeloemiël, de zoon van Soerisjaddai,
1 Chronicles 2:1Hier volgen de zonen van Israël: Ruben, Simeon, Levi, Juda, Issakar, Zabulon,