Genesis 47:1
Josef ging dus Farao berichten: Mijn vader en mijn broers zijn met hun schapen en runderen en met heel hun bezit uit het land Kanaän aangekomen, en bevinden zich in het land Gósjen.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
2Hij had vijf van zijn broers meegenomen, en stelde ze aan Farao voor.
Cross References
Genesis 45:10Gij kunt met uw zonen en kleinzonen, uw schapen en runderen en al wat u toebehoort in het land Gósjen gaan wonen, zodat ge dicht bij me zult zijn.
Genesis 46:28Nadat Jakob Juda vooruit had gezonden naar Josef, om hem bij zich in Gósjen te ontbieden, kwamen zij in het land Gósjen aan.
Genesis 46:34moet ge antwoorden: “Uw dienaars zijn als onze vaders veebezitters geweest van onze jeugd af tot heden toe.” Dan zult gij u in het land Gósjen mogen vestigen; want de Egyptenaren hebben een afkeer van schaapherders.
Exodus 9:26Alleen in het land Gósjen, waar de Israëlieten woonden, hagelde het niet.