Genesis 47:3
Farao vroeg aan zijn broers: Wat is uw beroep? Zij gaven Farao ten antwoord: Uw dienaren zijn schaapherders, van vader op zoon.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
2Hij had vijf van zijn broers meegenomen, en stelde ze aan Farao voor.
Cross References
Genesis 4:2Daarna baarde zij nog zijn broer Abel. Abel werd schaapherder, en Kaïn landbouwer.
Amos 7:14Amos gaf Amas-ja ten antwoord: Ik ben profeet noch profetenleerling; ik ben maar een herder en vijgenkweker.
2 Thessalonians 3:10Bovendien, toen we bij u waren, hebben we u toch voorgehouden, dat wie niet werken wil, ook niet ete.