Genesis 48:9
Josef gaf zijn vader ten antwoord: Het zijn mijn zonen, die God mij hier heeft gegeven. Hij zeide: Breng ze bij mij; ik wil ze zegenen.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
8Toen Israël de zonen van Josef bemerkte, sprak hij: Wie hebt ge daar?
Cross References
Genesis 27:28God schenke u dauw van de hemel, En het vette der aarde, Met overvloed van koren en most.
Genesis 28:3Moge de almachtige God u zegenen, en u vruchtbaar en talrijk maken, zodat gij tot een grote menigte volken zult uitgroeien.
Genesis 33:5Toen hij zijn ogen opsloeg en de vrouwen met de kinderen zag, vroeg hij: Wie hebt ge daar? Hij antwoordde: Het zijn de kinderen, die het God heeft behaagd, aan uw dienaar te schenken.
Deuteronomy 33:1Dit is de zegen, die Moses, de man Gods, voor zijn dood over Israëls kinderen uitsprak.
1 Samuel 1:20Want Channa werd zwanger, en bracht een zoon ter wereld, dien ze Samuël noemde; want ze zeide: Afgesmeekt heb ik hem van Jahweh. Toen het jaar verstreken was,
1 Samuel 2:20Dan zegende Eli Elkana met zijn vrouw, en zeide: Moge Jahweh u uit deze vrouw nog kinderen schenken als vergoeding voor het pand, dat ze aan Jahweh heeft afgestaan. Dan gingen ze weer naar hun woonplaats terug.