Genesis 5:27
Heel de levensduur van Matoesala was negenhonderd negen en zestig jaar. En hij stierf.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
And all the days of Methuselah were nine hundred sixty and nine years: and he died.
In Context
28Lámek was honderd twee en tachtig jaar oud, toen hij een zoon verwekte.
Cross References
Genesis 9:29Heel de levensduur van Noë was negenhonderd vijftig jaar. En hij stierf.
2 Samuel 19:32Barzillai was zeer oud, een man van tachtig jaar. Hij was het, die den koning tijdens zijn verblijf te Machanáim van levensmiddelen had voorzien; want hij was een zeer welvarend man.