Genesis 7:11
In het zeshonderdste levensjaar van Noë, in de tweede maand, op de zeven en twintigste dag van de maand, toen braken alle kolken los van de geweldige afgrond, en werden de sluizen van de hemel geopend;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
10En op de zevende dag stortten de wateren van de zondvloed over de aarde.
12er stortte een regen op de aarde, veertig dagen en veertig nachten.
Cross References
Genesis 1:7God maakte het uitspansel, en scheidde het water onder het uitspansel van het water daarboven;
Genesis 8:2De kolken van de afgrond en de sluizen van de hemel werden gesloten, en de regen uit de hemel hield op.
2 Kings 7:2Maar de hopman, op wiens arm de koning leunde, riep den godsman toe: Al maakt Jahweh sluizen in de hemel, dan gebeurt dat nog niet! Eliseus hernam: Ge zult het met eigen ogen zien, maar er niet van eten.
Job 28:4Worden schachten gehakt door een volk, dat er niet hoort, Dat door de wandelaars wordt vergeten, Daar ver van de mensen hangt en zweeft;
Job 38:37Wie telt met wijsheid de wolken af, En giet de zakken van de hemel leeg:
Psalms 74:15Gij liet bronnen en beken ontspringen, Maar eeuwige stromen verdrogen.