Hebreeën 11:1
Het geloof is een vaste grond voor wat men hoopt; een overtuiging over dingen, die men niet ziet.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Now faith is the substance of things hoped for, the evidence of things not seen.
In Context
2Om het geloof zijn de Ouden met ere vermeld;
Cross References
Psalms 42:11Mijn ziel, wat zijt gij bedroefd, En wat kreunt gij in mij? Vertrouw toch op God: Dan zal ik Hem eens mogen danken Als mijn Helper en God!
Romans 8:24Want we zijn verlost om te hopen. Maar zien wat we hopen, is geen hopen meer; hoopt men soms nog wat men ziet?
2 Corinthians 4:18En zó geven we geen acht op het zichtbare, maar op het onzichtbare; het zichtbare toch is tijdelijk, het onzichtbare eeuwig.
2 Corinthians 5:17Derhalve, zo iemand in Christus is, dan is hij een nieuw schepsel; het oude is voorbij, zie het nieuwe is daar.
2 Corinthians 11:17Zeker, wat ik op het punt van eigenroem ga zeggen, is niet naar ‘s Heren geest, maar in onverstand gesproken.
Titus 1:1Paulus, dienaar van God en apostel van Jesus Christus, -terwille van het geloof van Gods uitverkorenen en de kennis der waarheid, die in vroomheid wortelt,