Hosea 7:14
Ze roepen Mij niet van harte aan, Maar huilen op hun legerstede; Ze kerven zich om brood en wijn, Maar van Mij lopen ze weg.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
15Ik heb hun arm onderricht en gesterkt, Maar zij zinnen op kwaad tegen Mij;
Cross References
Exodus 32:6En de volgende morgen droeg men brand(-) en vredeoffers op, en het volk zat neer, om te eten en te drinken, en ging zich vermaken.
Job 35:9Men klaagt wel over allerhande verdrukking En jammert onder de macht der tyrannen,
Isaiah 29:13En de Heer zegt: Omdat dit volk Mij nadert met de mond, En Mij eert met de lippen alleen, Maar zijn hart heel ver van Mij houdt, En zijn vrees voor Mij enkel bestaat Uit mensenwijsheid, van buiten geleerd;
Isaiah 65:14Zie, mijn dienaars zullen naar hartelust juichen, Maar gij zult van harteleed schreien, En jammeren van wanhoop!
Jeremiah 12:2Gij hebt ze geplant; ze hebben wortel geschoten, Ze groeien, en dragen ook vrucht: Toch waart Gij enkel dichtbij in hun mond, Maar ver van hun hart.
Hosea 13:9Israël, Ik zal u vernielen: Wie zal u tegen Mij helpen?