Jesaja 10:29
Ze trekken de pas door, Slaan hun kamp op in Géba; Rama siddert van angst, Géba van Saul neemt de vlucht!
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
28Daar komt hij bij Ajját, trekt Migron voorbij, Mikmas vertrouwt hij zijn legertros toe;
30Gil, dochter van Gallim, Lajsja let op! Anatot bukt zich, Madmena vlucht.
Cross References
Joshua 18:25Gibon, Rama, Beërot,
Judges 19:12Doch zijn heer antwoordde hem: Neen, we slaan niet af naar die stad van vreemde mensen, die geen Israëlieten zijn; laten we maar tot Giba doorgaan.
1 Samuel 7:17Dan keerde hij weer naar Rama terug, want daar stond zijn huis. Daar richtte hij Israël, en bouwde er een altaar voor Jahweh.
1 Samuel 13:2Saul koos drieduizend Israëlieten uit, van wie er tweeduizend bij hem in Mikmas en het gebergte van Betel bleven, en duizend bij Jonatan in Giba van Benjamin; de rest van het volk stuurde hij naar zijn woonplaatsen terug.
1 Samuel 13:23Een wachtpost der Filistijnen hield ook de bergpas van Mikmas bezet.
1 Samuel 14:4Tussen de passen, waarlangs Jonatan een doortocht zocht naar de Filistijnenpost, bevond zich aan weerszijden een rotspunt; de een heette Boses, de andere Senne;