Jesaja 26:14
Ze zijn dood, en herleven niet, Schimmen, en staan niet meer op; Want Gij hebt ze bestraft en vernield, Zelfs ieder aandenken aan hen doen verdwijnen.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
15Jahweh, vermeerder uw volk, en verheerlijk U zelf: Zet alle grenzen uit van het land.
Cross References
Exodus 14:30Zo redde Jahweh Israël op die dag uit de greep van Egypte, en zag Israël de lijken der Egyptenaren op het strand der zee.
Job 7:9Zoals een wolk vervliegt en verdwijnt, Zo stijgt, die in het dodenrijk daalt, er niet meer uit op;
Job 24:20Door de moederschoot wordt hij vergeten, De wormen smullen van hem; Zijn naam wordt niet langer herdacht, Zijn ongerechtigheid geknakt als een boom.
Psalms 106:28Dan weer koppelden ze zich aan Báal-Peor, En aten de offers van levenloze wezens;
Proverbs 10:7De nagedachtenis van den rechtvaardige wordt gezegend, De naam der bozen vervloekt.
Isaiah 10:3Wat zult ge doen op de dag der vergelding, Bij de storm, die dreigt uit de verte; Tot wien zult ge vluchten om hulp, Waar uw rijkdommen laten,