The Bible Software
bible.software › Jesaja › Jesaja 27 › Jesaja 27:8

Jesaja 27:8

Zou Hij hem zijn volle wraak doen gevoelen, Hem verwerpen, wegvagen door zijn ziedende toorn Op de dag van de storm?

De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939

In The King James Version

In measure, when it shooteth forth, thou wilt debate with it: he stayeth his rough wind in the day of the east wind.

In Context

7Of zou Hij hem slaan, zoals Hij slaat, die hèm slaan, Hem doden, zoals Hij doodt, die hèm doden?

9Neen, zo bedoelt Hij het niet! Maar de misdaad van Jakob moet worden verzoend, De verdelging zijner zonde moet de vrucht er van zijn: Als hij alle altaarstenen als brokken kalk heeft verbrijzeld, En er geen heilige palen en zonnezuilen meer staan.

Read all of Jesaja 27

Cross References

Job 23:6Zou Hij zijn macht in het geding moeten brengen? Neen, als Hij slechts naar mij hoorde!

Psalms 38:1Van David; bij het herinneringsoffer. Jahweh, tuchtig mij niet in uw toorn, Kastijd mij niet in uw gramschap:

Psalms 78:38Maar Hij bleef barmhartig, Vergaf hun de schuld en vernielde ze niet. Hoe dikwijls bedwong Hij zijn toorn, En liet zijn volle gramschap niet woeden:

Psalms 103:14Want Hij kent onze aard, En bedenkt, dat wij stof zijn.

Isaiah 1:18Komt, dan maken wij er met elkander een eind aan, Spreekt Jahweh! Al zijn uw zonden als scharlaken, ze zullen wit zijn als sneeuw, Of rood als purper, ze zullen blank zijn als wol.

Isaiah 10:5Wee! Assjoer is de roede van mijn toorn, In zijn hand ligt de stok van mijn woede!

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)Polish Biblia Gdanska (1881)Statenvertaling (Nederlands)

Study Jesaja 27:8

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)
← Jesaja 27:7Jesaja 27Jesaja 27:9 →