Jesaja 29:1
Wee Offerhaard, Gods Offerhaard, Stad, waar David zijn tenten opsloeg! Voegt nog een jaar bij de jaren, En laat de feesten hun kringloop volbrengen:
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Woe to Ariel, to Ariel, the city where David dwelt! add ye year to year; let them kill sacrifices.
In Context
2Dan zal Ik Gods Offerhaard benauwen, Doen kreunen en kermen, En maak er een echte offerhaard van!
Cross References
2 Samuel 5:9Daarna vestigde David zich in de vesting, die hij Davidstad noemde, en hij bouwde de stad in heel haar omvang van het Millo af tot het paleis.
Isaiah 1:14Ik haat uw stonden en tijden, Ze zijn Mij een last; Ik ben moe ze te dragen.
Isaiah 31:9Zijn vorsten verlaten de wallen vol schrik, vol angst hun banier: Is de godsspraak van Jahweh, die zijn vuur heeft op Sion, In Jerusalem zijn offerhaard!
Jeremiah 7:21Zo spreekt Jahweh der heirscharen, Israëls God: Vermeerdert uw brand- en slachtoffers maar, en eet het vlees ervan op.
Ezekiel 43:16De offerhaard is twaalf el lang en twaalf breed, zodat zijn vier zijden een vierkant vormen.
Hosea 8:13Al brengen ze talloze offers, Al slachten ze nog zoveel vlees En eten daarvan: Ze behagen Jahweh niet meer! Thans zal Hij hun misdaad gedenken, En hun zonde bestraffen: Naar Egypte moeten ze terug, In Assjoer onreine spijzen eten.