Jesaja 33:9
Het land treurt en kwijnt, de Libanon schaamt zich; Als een wildernis ligt de Sjaron verdord, Basjan en Karmel staan kaal.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
10Maar nu zal Ik opstaan, spreekt Jahweh; Nu rijs Ik omhoog, nu richt Ik mij op:
Cross References
Deuteronomy 3:4Wij namen toen al zijn steden in; er was geen vesting, die wij niet veroverden. Het waren zestig steden over heel de streek van Argob, dat het rijk van Og van Basjan vormde;
Song of Solomon 2:1Maar ik ben een crocus van Sjaron, Een lelie der dalen!
Isaiah 2:13Tegen alle rijzige Libanon-ceders, En alle hoge eiken van Basjan;
Isaiah 14:8Met de Libanon-ceders: “Sinds gij zijt gevallen, Klimt niemand meer op, om òns te vellen!”
Isaiah 24:4De aarde treurt en verkwijnt, De wereld verwelkt en versmacht, De hemel vergaat met de aarde.
Isaiah 35:2Zij zal tieren welig als lelies, Jubelen, juichen en zingen. Dan valt haar de pracht van de Libanon ten deel, De luister van Karmel en Sjaron: Ze zullen de glorie van Jahweh aanschouwen, De heerlijkheid van onzen God.