bible.software › Jesaja › Jesaja 37 › Jesaja 37:28
Jesaja 37:28
Maar Ik ken uw opstaan en zitten, Uw gaan en uw komen;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
But I know thy abode, and thy going out, and thy coming in, and thy rage against me.
In Context
27Haar bewoners machteloos zijn, Verschrikt en beschaamd. Ze moesten zijn als het kruid op het veld, Als tengere planten; Als gras op het dak, Dat verdort, eer het opschiet.
29Uw razen steeg tot Mij op, Uw tieren kwam Mij ter ore. Zo sla Ik mijn ring door uw neus, Leg mijn toom aan uw lippen, En voer u terug langs de weg, Die gij kwaamt.
Read all of Jesaja 37
Cross References
Proverbs 5:21Voor de ogen van Jahweh liggen de wegen van iedereen open, Hij let op de paden van allen:
Jeremiah 23:23Ben Ik enkel een God van dichtbij, spreekt Jahweh; Geen God uit de verte?
This Verse In Other Editions
Study Jesaja 37:28