Jesaja 37:29
Uw razen steeg tot Mij op, Uw tieren kwam Mij ter ore. Zo sla Ik mijn ring door uw neus, Leg mijn toom aan uw lippen, En voer u terug langs de weg, Die gij kwaamt.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
28Maar Ik ken uw opstaan en zitten, Uw gaan en uw komen;
Cross References
2 Kings 19:27Maar Ik ken uw opstaan en zitten, Uw gaan en uw komen;
Job 41:2Steekt ge hem een stok door de neus, Haalt ge een ring door zijn kaken;
Psalms 32:9Wees niet als paarden Of muilezels zonder verstand, Die men moet mennen met toom en gebit, Of ze gehoorzamen niet.
Psalms 74:4Uw haters joelden in uw heilige tent, En hebben er hun banieren geplant.
Psalms 83:2Want zie, uw vijanden razen, En uw haters steken hun hoofden omhoog.
Isaiah 10:12Wanneer de Heer heel zijn werk heeft volbracht Aan de berg Sion en Jerusalem, Dan zal Hij de hoogmoed van Assjoers koning vergelden, En de verwaande trots van zijn ogen.