Jesaja 40:24
Nauwelijks zijn ze geplant, Ternauwernood zijn ze gezaaid, Nog eer hun stam in de bodem Heeft wortel geschoten, Blaast Hij er op: ze verdorren, En de storm verjaagt ze als kaf.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
23Hij richt de vorsten te gronde, Vaagt weg de rechters der aarde.
25Met wien vergelijkt ge Mij dan, Zegt de Heilige: op wien zou Ik lijken?
Cross References
1 Kings 21:21En nu, zo spreekt Jahweh! Ik zal onheil over u brengen en u wegvagen; al wat man is in Achabs huis, slaaf of vrije, zal Ik uit Israël verdelgen.
Job 4:9Door Gods adem gaan ze te gronde, Door zijn ziedende gramschap komen ze om:
Job 15:30Zijn schaduw breidt zich niet uit op de grond, En hij ontsnapt de duisternis niet; Het vuur zal zijn loten verschroeien, De wind zijn bloesem verwaaien!
Job 21:18Worden zij als stro voor de wind, Als kaf, opgejaagd door de storm?
Proverbs 1:27Wanneer uw ongeluk nadert als een orkaan, Wanneer benauwdheid en angst u overvallen!
Isaiah 14:21Maar men maakt voor zijn zonen een slachtbank gereed, Om de schuld van hun vader; En nooit meer rukken ze op, om de aarde te veroveren, En de wereld met puin te bedekken.