Jesaja 42:24
Wie gaf Jakob aan de plundering prijs, En Israël aan de berovers? Was het Jahweh niet, Tegen wien ze hadden gezondigd; Wiens wegen ze niet wilden gaan, Wiens bevelen ze niet wilden horen?
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
23Wie heeft onder u toen geluisterd, Er acht op geslagen, het voor de toekomst verstaan?
Cross References
Deuteronomy 28:49Jahweh zal een volk op u loslaten van de uiterste grenzen der aarde, en het schiet neer als een arend; een volk waarvan ge de taal niet verstaat,
Judges 2:14Toen barstte Jahweh’s toorn los tegen Israël; Hij gaf hen prijs aan plunderzieke benden, die hen uitschudden, en leverde hen over aan hun vijanden rondom, zodat ze niet langer tegen hun vijanden waren opgewassen.
Judges 10:7Daarom ontbrandde Jahweh’s toorn tegen Israël, en leverde Hij hen over in de handen der Filistijnen en Ammonieten.
2 Chronicles 36:17Hij liet den koning der Chaldeën tegen hen oprukken, die hun jongemannen in het heiligdom met het zwaard doodstak en jongens spaarde noch meisjes, grijsaards noch hoogbejaarden: allen leverde Hij aan hem over.
Psalms 81:12Toen gaf ik ze prijs aan verstoktheid des harten, En iedereen ging zijn eigen weg.
Isaiah 10:5Wee! Assjoer is de roede van mijn toorn, In zijn hand ligt de stok van mijn woede!